Snapshot

Hoeveel moet ik eigenlijk sparen voor mijn pensioen?


Het is een vraag die mensen al generaties lang bezighoudt: hoeveel moet ik sparen voor mijn pensioen om straks genoeg te hebben?

Helaas is dat voor niemand met zekerheid te voorspellen. Onze wensen en behoeften veranderen na ons pensioen - zoals ook ons inkomen in de loop van ons leven niet gelijk blijft. Om maar niet te spreken van alle andere onzekerheden in het leven.

In de beleggingsindustrie wordt als vuistregel gehanteerd dat je elk jaar minstens 15% van je inkomen vóór belasting opzij zou moeten zetten. Daarbij is aangenomen dat je dat vanaf je 25ste tot en met je 67ste doet. Deze globale regel zou het, in combinatie met andere factoren, mogelijk moeten maken na je pensioen dezelfde levensstandaard te houden als tijdens je werkzame leven. Garanties zijn er echter niet.

Gelukkig blijken beleggers gemiddeld iets meer te sparen dan deze algemene richtlijn.

Volgens de Schroders Global Investor Study (GIS) 2020 leggen beleggers wereldwijd 15,2% van hun inkomen specifiek opzij voor hun pensioen.

De GIS is een onafhankelijke online enquête onder ruim 23.000 beleggers uit 32 locaties overal ter wereld, die werd uitgevoerd tussen 30 april en 15 juni 2020.

Het cijfer voor 2020 is maar een tikje lager dan in 2019 (15,3%), ondanks de pandemie met alle gevolgen van dien voor de wereldeconomie en de arbeidsmarkt. Het is ook een stuk hoger dan in 2018 (12,2%).

466356_SC_Webchart_1_NL.png

Verantwoordelijkheid voor pensioenopbouw verschuift

Dat mensen meer voor hun pensioen sparen, komt misschien door het groeiende besef dat ze er niet meer op kunnen rekenen dat het staatspensioen straks genoeg zal zijn.

Meer dan de helft van de beleggers (55%) is van mening dat het staatspensioen niet genoeg is om van te leven, zo blijkt uit de GIS 2020.

Het kan ook komen doordat sommige landen actief beleid voeren om de verantwoordelijkheid voor de pensioenopbouw te verleggen naar het individu.

Dit zien we bijvoorbeeld in het VK, waar het systeem van 'auto enrolment' is ingevoerd. Dit houdt in dat werknemers nu automatisch deelnemen aan de pensioenregeling van hun bedrijf. Tegelijkertijd is de pensioengerechtigde leeftijd verhoogd.

De voortdurende veranderingen in de regels doen het vertrouwen van de beleggers echter geen goed, waardoor sommigen zelfs niet inzien waarom ze specifiek voor hun pensioen zouden moeten sparen. (link toevoegen naar vorig verhaal: Te weinig gespaard: 41% vreest dat ze niet genoeg hebben om met pensioen te gaan).

Staat twijfelende spaarders een pensioengat te wachten?

Niet sparen voor het pensioen is geen oplossing. Het zorgt alleen maar voor grotere problemen later. Maar ook voor degenen die twijfelen of ze genoeg sparen, kan er een probleem in het verschiet liggen.

Uit de GIS 2020 blijkt namelijk dat mensen die zich onzeker voelen, geneigd zijn minder te sparen in plaats van meer. Beleggers die aangeven dat ze niet zeker weten of ze genoeg sparen voor hun pensioen, leggen slechts 13,9% van hun inkomen opzij. Dat is minder dan de aanbevolen 15% en een stuk minder dan de beleggers die vinden dat ze genoeg sparen (16,8%).

Rupert Rucker, Head of Income Solutions: "Niet willen nadenken over sparen voor je pensioen is gewoon vragen om moeilijkheden. Vroeger konden mensen rekenen op een royaal pensioen dat gebaseerd was op hun eindloon en hadden ze meer zekerheid over het staatspensioen. Dat is echter verleden tijd.

Ook al lijkt het je zinloos, zelfs als je maar een klein bedrag opzij kunt zetten, kan dat al een enorm verschil maken.

Hoe eerder je begint te sparen, hoe langer je kunt profiteren van het rendement-op-rendement-effect. Dat houdt simpelweg in dat je rendement verdient niet alleen op het oorspronkelijk ingelegde bedrag, maar ook op het eerder behaalde rendement.

Met andere woorden, je belegde geld doet een groot deel van het werk voor je. Vroeg beginnen maakt het minder waarschijnlijk dat je later een groter deel van je inkomen opzij moet leggen."

Meer prioriteit voor pensioensparen

Een van de lastigste aspecten van pensioensparen is misschien wel dat je er prioriteit aan moet geven, en je een voorstelling moet maken van je 'toekomstige zelf'. Waaraan wil je straks je tijd besteden? Hoeveel geld wil je uitgeven? En waar wil je wonen? 

Als je hier niet meteen een duidelijk antwoord op hebt, ben je al gauw geneigd het bij de eerste horde op te geven en er niet meer over na te denken tot het echt moet - en het te laat is. In het verleden zagen we dan ook dat veel mensen het denken over 'later' voor zich uit schoven.  

Uit de GIS 2020 blijkt echter dat deze houding aan het veranderen is. 

Beleggen in het pensioen blijkt nu een op de gedeelde eerste plaats te staan bij de besteding van het beschikbare inkomen (zie onderstaande tabel). Dat is een groot verschil met nog maar drie jaar geleden, toen slechts 10% hun geld allereerst in hun pensioen zou willen steken.  

Bij de lage rentes van nu beseffen beleggers ook dat hun geld meer rendement moet opbrengen dan ze waarschijnlijk zullen ontvangen als ze het contant bewaren.

Een kwart van de mensen (25%) kiest voor andere beleggingen (zoals aandelen, obligaties en grondstoffen), en 17% zet hun geld op een spaarrekening.

Een interessante uitkomst is dat luxe uitgaven en de aankoop van vastgoed zijn gedaald op de prioriteitenlijst. Dat kan komen doordat mensen voorzichtiger zijn geworden nu de gevolgen van de coronapandemie aanhouden.

466356_SC_Webchart_2_NL.png