In focus

Marktschok: hoe reageren beleggers op COVID-19?


Marktschok: hoe reageren beleggers op COVID-19?

Het coronavirus heeft een einde aan de tienjarige bullmarkt in de VS gemaakt en een plotselinge beurscrash veroorzaakt. Een verrassend groot deel van de beleggers besloot om vervolgens meer risico te nemen.

Nadat ze te maken kregen met een van de grootste economische schokken uit de geschiedenis, is het niet zo verwonderlijk dat veel beleggers reageerden door hun portefeuilles aan te passen. Wat wel verrassend is, is dat meer dan een derde van de beleggers (35%) deze gelegenheid aangreep om hun blootstelling aan risicovolle beleggingen te verhogen.

Uit de recentste editie van de Global Investor Study van Schroders, een belangrijke jaarlijkse enquête onder meer dan 23.000 beleggers wereldwijd, blijkt dat een groot deel van de spaarders de beurscrash van februari als een kans zag om bij te kopen.

Met de enquête, die tussen 30 april en 15 juni 2020 werd uitgevoerd op 32 locaties over de wereld, werden spaarders vragen gesteld over hun gedrag in deze periode van extreme volatiliteit. Deze volatiliteit ontstond doordat de meeste grote economieën in lockdown gingen, in een poging om de COVID-19-pandemie te bestrijden. Tussen medio februari en medio maart verloren de internationale beurzen ongeveer een derde van hun waarde*.

Bijna 80% van de ondervraagden zei dat ze daarom wijzigingen hebben aangebracht in hun portefeuille. Slechts 19% zei dat ze hun beleggingen ‘onaangeroerd’ lieten. Een kleine 3% was zich niet bewust van de chaos op de markten en ondernam geen actie.

Bij de 78% die hun beleggingen wel bijstuurden tijdens de crisis, lopen de antwoorden sterk uiteen. In totaal zei 53% dat ze ‘een deel’ of ‘een aanzienlijk deel’ van hun portefeuille hebben ondergebracht in minder risicovolle beleggingen. Maar 35% deed het tegenovergestelde, en bracht ‘een deel’ of ‘een aanzienlijk deel’ van hun portefeuille onder in meer risicovolle beleggingen.

Nederlandse beleggers hebben zich niet uit het veld laten slaan aan het begin van de coronacrisis: in meerderheid hebben zij het risico in hun beleggingsportefeuille vergroot of intact gelaten. De rendementsverwachtingen voor de komende vijf jaar blijven erg hoog. Wel zijn Nederlanders vrij conservatief in hun prognoses in vergelijking met de gemiddelde, wereldwijde belegger en somberder over de lengte van de herstelperiode.

‘Ons instinct zegt ons om te schuilen na een grote schok,’ zegt Rupert Rucker, Head of Income bij Schroders, ‘en het is dan ook niet verrassend dat sommige beleggers hun beleggingen verkochten tijdens de COVID-19-crisis. Maar het is opmerkelijk dat zo’n grote groep het tegenovergestelde deed, en méér risico nam.’

Hij ziet dit als een teken dat beleggers “waardebewuster” zijn geworden.

‘We mogen niet vergeten dat COVID-19 zich voordeed na een lange periode waarin de beurzen bleven stijgen, en volgens mij beseften veel beleggers dat de koersen te hoog waren opgelopen.’ zegt hij. ‘Zij zagen de correctie in februari en maart dus als een kans. Ik denk dat een groot deel van de beleggers niet alleen op de beurs wil blijven beleggen, maar ook veel alerter is en uitkijkt naar momenten wanneer er waarde te vinden is.’

Op korte termijn zal het gedrag van sommige gretige beleggers wellicht resultaat opleveren, aangezien de beurzen sterk zijn gestegen ten opzichte van hun dieptepunt, ondanks de negatieve economische nieuwsberichten die blijven binnenstromen. ‘Het kan ook zijn dat beleggers er stilaan aan gewend zijn dat de beursprestaties losstaan van de economische prestaties’, voegt Rupert daaraan toe.

Zijn oudere beleggers beter bestand tegen schokken dan jongere?

Leeftijd or ervaring - of beide - lijken duidelijk een rol te spelen in de manier waarop beleggers reageren op volatiliteit. Millennials (tussen 18 en 37 jaar) waren bijna twee keer zoveel geneigd om hun portefeuilles aan te passen dan hun ouders, de babyboomers (51-70 jaar), zo leert het onderzoek. De oudste beleggers, de 71-plussers, waren het minst geneigd om van koers te veranderen.

‘Dit kan te maken hebben met verschillende factoren’, zegt Rupert. ‘Eén verklaring is wellicht dat oudere beleggers hun portefeuilles structureren rond een plan voor de lange termijn. Dit maakt het voor hen makkelijker om tijdens crisismomenten een stapje terug te doen en niet aan hun beleggingen te komen.’

T1_Article_2_NL_Chart_01.jpg

Beleggingen grotere zorg na Covid-19…

De vooruitzichten voor hun spaargeld en beleggingen zijn een grotere zorg voor beleggers sinds de pandemie.

Vóór de uitbraak van het coronavirus dacht 35% van de beleggers minstens een keer per week aan hun beleggingen. Sinds de coronacrisis is dit aantal fors gestegen tot 49%. In totaal denkt 83% van de beleggers minstens elke maand aan hun portefeuille.

…maar beleggers zijn overwegend optimistisch over de negatieve economisch impact van de pandemie

De meeste beleggers gaan ervan uit dat de economische effecten van het coronavirus binnen twee jaar al uitgewerkt zullen zijn. Dit optimisme strookt niet met de eigen officiële voorspellingen van vele landen.

Het Britse Office of Budget Responsibility bijvoorbeeld, dat voorspelt dat de coronacrisis nog tientallen jaren gevolgen zal hebben voor de staatsschuld, vraagt zich af in hoeverre “de resulterende economische en fiscale schade [al dan niet] permanent zal zijn.’**

Mogelijk heeft het relatief optimistische antwoord van beleggers ook hier te maken met het feit dat ze de afgelopen tien jaar mooie beursrendementen wisten te boeken - zelfs toen de wereldeconomie met grote problemen kampte.

T1_Article_2_NL_Chart_02.jpg

Beleggingen grotere zorg na Covid-19…

De vooruitzichten voor hun spaargeld en beleggingen zijn een grotere zorg voor beleggers sinds de pandemie. Vóór de uitbraak van het coronavirus dacht 35% van de beleggers minstens een keer per week aan zijn beleggingen. Sinds de coronacrisis is dit aantal fors gestegen tot 49%. In totaal denkt 83% van de beleggers minstens elke maand aan zijn portefeuille.

…maar beleggers zijn overwegend optimistisch over de negatieve economisch impact van de pandemie

De meeste beleggers gaan ervan uit dat de economische effecten van het coronavirus binnen twee jaar al uitgewerkt zullen zijn. Dit optimisme strookt niet met de eigen officiële voorspellingen van vele landen.

Het Britse Office of Budget Responsibility bijvoorbeeld, dat voorspelt dat de coronacrisis nog tientallen jaren gevolgen zal hebben voor de staatsschuld, vraagt zich af in hoeverre “de resulterende economische en fiscale schade [al dan niet] permanent zal zijn.’**

Mogelijk heeft het relatief optimistische antwoord van beleggers ook hier te maken met het feit dat ze de afgelopen tien jaar mooie beursrendementen wisten te boeken - zelfs toen de wereldeconomie met grote problemen kampte.

Nederlanders houden relatief vaker rekening met een lange herstelperiode: 37% denkt dat de negatieve economische impact van Covid-19 1 tot 2 jaar zal aanhouden en 20% denkt zelfs dat het 2 tot 4 jaar zal duren voordat er normalisering optreedt. Daarmee zijn Nederlandse beleggers duidelijk negatiever dan het wereldwijde gemiddelde (33 respectievelijk 15%). Wereldwijd denkt 6 procent dat de impact van Covid-19 meer dan 4 jaar voelbaar zal blijven, in Nederland ligt dat één procentpunt hoger. De herstelperiode wordt door de Nederlandse ondervraagden gemiddeld ingeschat op 1,95 jaar.

Inkomsten uit beleggingen: ‘onrealistische’ verwachtingen bij spaarders

Eén aspect waarover beleggers pessimistisch zijn, is dat van de inkomsten die ze uit hun beleggingen verwachten in de komende 12 maanden. In 2019 rekenden beleggers nog op een stevig rendement van 10,3%. Na de COVID-19-crisis is dat cijfer in 2020 teruggezakt tot 8,8%.

Dat is echter nog altijd onrealistisch hoog. Het ‘natuurlijk rendement’ van vele beleggingen – zoals uitgekeerde dividenden aan aandeelhouders of de rente op obligaties – is veel lager dan 8,8%. En een van de gevolgen van de Covid-19-crisis is dat de rente nog sterker is gedaald.

Vele bedrijven hebben hun dividend verlaagd of geschrapt na de uitbraak van het coronavirus. Ook de rente op obligaties is gedaald, wat voor een deel te wijten is aan centrale banken zoals de Federal Reserve die de rente hebben verlaagd. Bovendien hebben ze beloofd dat ze de rente ook laag zullen houden. Deze uiterst lage stand van de rente kan ook een verklaring zijn waarom beleggers blijven beleggen op de beurs of waarom ze hun blootstelling aan risicovollere beleggingen verhogen.

Wereldwijd zegt 28% van de beleggers een groot deel van het vermogen naar minder riskante beleggingen te hebben verschoven. In Nederland is dat percentage echter 3 procentpunt lager, waarmee Nederlanders duidelijk het risico iets minder vaak hebben teruggeschroefd.

 

Integendeel: 35 procent van de Nederlanders heeft zelfs juist meer risico in de portefeuille opgenomen, vermoedelijk omdat ze gedurende de volatiliteit op de aandelenmarkten koopkansen zagen. Dat percentage is weliswaar gelijk aan het wereldwijde gemiddelde, maar significant hoger dan in Europa (31 procent). Bovendien heeft 12 procent de portefeuille weliswaar aangepast, maar aan de mate van het risico niets veranderd. Ten slotte heeft 16% helemaal niets aan de portefeuille veranderd.

 

De rol van cash na COVID-19 – wie belegt erin, en waarom?

Sommige beleggers zeiden dat ze een deel van hun portefeuille overhevelen naar minder risicovolle beleggingen, anderen gingen nog verder en zeiden dat ze op cash zijn overgeschakeld.

Wanneer gevraagd wordt naar hun gedrag bij de start van de pandemie, zegt 18% van de ondervraagden dat ze een ‘aanzienlijk deel’ van hun portefeuille hebben omgezet in cash.

Dit roept interessante vragen op over de toekomstige plannen van beleggers, suggereert Rupert Rucker.

‘De enquête geeft een intrigerend inzicht in de manier waarop beleggers aankijken tegen cash. Er zijn duidelijk beleggers die cash beschouwen als een veilige haven in tijden van crisis, en sommige ondervraagden gaven te kennen dat ze hun aandelen hebben verkocht en zijn overgeschakeld op cash,’ zegt hij. ‘Maar uit de antwoorden blijkt ook dat een groot aantal - meer dan een derde - in risicovollere beleggingen is gestapt, en dat wijst er volgens mij op dat sommige beleggers cash en andere, minder volatiele beleggingen aanhouden als een soort ‘kansenpot‘ waaruit middelen ontrokken kunnen worden om te beleggen wanneer de koersen dalen tot een aantrekkelijk niveau.

‘De geschiedenis leert dat het in de praktijk bijzonder moeilijk is om het ideale instapmoment te voorspellen. Het grootste probleem voor wie op cash is overgeschakeld is wellicht de vraag wanneer het beste moment is om terug te keren naar de markt.’

*De MSCI WORLD verloor tussen 12 februari en 23 maart 34%. Bron: Refinitiv

**Britse Office for Budget Responsibility, Fiscal Sustainability Report 2020