Perspective

Wat maakt een bedrijf een klimaatleider?


Hoe dringend noodzakelijk het is om de klimaatverandering aan te pakken, werd de afgelopen zomer duidelijker dan ooit. Extreme hitte en regenval leidden tot grote bosbranden en overstromingen overal op aarde, van Turkije tot Canada, van China tot Duitsland.

Zulke extreme weersgebeurtenissen zullen vaker voorkomen als de temperatuur op aarde blijft stijgen, zo waarschuwde het klimaatpanel van de VN (het IPCC) in augustus. Er moet dan ook snel worden ingegrepen om de broeikasgasuitstoot te reduceren en de opwarming te beperken tot 2°C, of liever nog 1,5°C, boven het pre-industriële niveau. 

Hoewel veel regeringen doelen stellen om de netto CO2-uitstoot tot nul te reduceren, zijn de huidige plannen lang niet voldoende. Volgens ons Klimaat-dashboard is er de laatste tijd wel wat vooruitgang geboekt, maar stijgt de temperatuur op lange termijn naar 3,4°C. Kortom, er moet veel meer worden gedaan, en snel ook. 

Wat betekent dit voor beleggers?

Gezien de toenemende urgentie willen steeds meer beleggers zekerheid dat ze beleggen in strategieën die een snelle verlaging van de CO2-uitstoot bevorderen. Volgens de Schroders Institutional Investor Survey  van 2021 zegt 21% van de institutionele beleggers dat het klimaatrisico grote invloed heeft op hun beleggingsbeslissingen, terwijl dat in 2020 nog maar 8% was.

Investeren in koolstofreductie kan betekenen dat alleen wordt belegd in bedrijven die de energietransitie rechtstreeks mogelijk maken met hun producten, zoals fabrikanten van windturbines of zonnepanelen. Het besef groeit echter dat alle sectoren overal ter wereld hun steentje moeten bijdragen. 

De koersen van bedrijven met een lage CO2-uitstoot, gemeten naar hun scope 1 en 2 emissies, beginnen al te stijgen ten opzichte van die van hun sectorgenoten die meer uitstoten, zoals in onderstaande grafiek te zien is. Scope 1 is de uitstoot die rechtstreeks wordt veroorzaakt door de activiteiten van het bedrijf zelf, scope 2 omvat ook de energie die het bedrijf gebruikt. 

NL-01.png

Maar bedrijven worden steeds ambitieuzer. Niet alleen zetten meer bedrijven in op netto nul, ook breiden ze hun doelstellingen steeds vaker uit met scope 3 emissies: de indirecte uitstoot in de waardeketen die ontstaat door de activiteiten van toeleveranciers of het gebruik van verkochte producten.

Als bedrijven deze indirecte emissies in hun doelstellingen meenemen, moeten ze samenwerken met leveranciers die dezelfde weg zijn ingeslagen om hun doelen te halen, zodat er een opwaartse spiraal ontstaat.

Hiervan zijn steeds meer voorbeelden te vinden. Een van de bedrijven die wij op de voet volgen, de Japanse fabrikant van elektronische componenten Murata, legde onlangs uit: 'Murata wordt door zijn afnemers als scope 3 meegerekend voor hun emissies, zij bevestigen altijd dat ze onze CO2-reductiemaatregelen meewegen bij de leveranciersselectie, en we lopen duidelijk het risico klanten te verliezen als we geen afdoende maatregelen treffen om de uitstoot te verlagen.' 

Dit is maar één voorbeeld van de rol die dit aspect in zakelijke relaties begint te spelen, en wat ons betreft staat nu al vast dat klimaatleiderschap straks geen kostenpost meer is, maar een concurrentievoordeel.
Beleggers in deze bedrijven profiteren daardoor waarschijnlijk van een hoger rendement, terwijl ze ook de zekerheid hebben dat hun kapitaal belegd is in bedrijven die bijdragen aan de vermindering van de CO2-uitstoot.

Bedrijven die op dit punt het voortouw nemen, zijn straks waarschijnlijk minder risicovolle beleggingen dan bedrijven die achterblijven. Door hun activiteiten – en die van hun toeleveringsketen – eerder dan hun concurrenten koolstofvrij te maken, lopen deze klimaatleiders het minste risico als overheden en de samenleving voortvarender actie ondernemen om de uitstoot van broeikasgassen te reguleren, te belasten en te beprijzen.

Wat kenmerkt een klimaatleider?

Ook een bedrijf waarvan de activiteiten niet direct bijdragen aan de energietransitie, kan een klimaatleider zijn.

Wij definiëren een klimaatleider als een bedrijf met ambitieuze plannen om minder koolstof uit te stoten. Die plannen moeten bijdragen aan de beperking van de opwarming van de aarde tot 1,5°C of beter, zoals overeengekomen in het klimaatverdrag van Parijs.

Hoe vinden we deze bedrijven? Ten eerste screenen we de wereldwijde aandelenmarkt op bedrijven die hun emissie-intensiteit tegen 2030 met 80% verlaagd willen hebben. De emissie-intensiteit is de uitstoot per eenheid toegevoegde waarde.

Daarna vergelijken we de cijfers die door bedrijven zelf zijn aangeleverd met andere bronnen, waaronder het Science-Based Targets initiatief en VN Race to Zero.  Deze twee initiatieven helpen bedrijven bij de invoering van best practices om wetenschappelijke gefundeerde reductiedoelen te bepalen.

Bedrijven kunnen ook klimaatleider zijn als hun reductiedoelstelling lager ligt dan 80% maar ze ernaar streven 80% minder uit te stoten dan het sectorgemiddelde in hun regio. Bedrijven dus die duidelijk voorop lopen in hun vergelijkingsgroep, ook al halen ze de absolute 80% reductie nog niet. Zo voorkomen we dat we bedrijven die al veel gedaan hebben en daardoor meer moeite zullen hebben om hun uitstoot nog verder te beperken, overslaan.

Ook beseffen we dat er soms "buitenbeentjes" zijn die niet zulke hoge doelstellingen hebben maar toch een ambitieuze en onbetwiste klimaatleider in hun sector zijn. 

Klimaatleiderschap in de praktijk

Ambitieuze doelen alleen zijn niet genoeg: bedrijven moeten ook gedetailleerde plannen hebben om ze te bereiken, die bovendien voortdurend worden aangepast. Zodra een doel is gehaald, moet een nieuw, ambitieuzer doel worden gesteld. We moeten ook zorgvuldig bewaken of bedrijven op schema liggen met de realisatie van hun doelen, want plannen maken is niet zo moeilijk, maar de uitvoering is hard werken.

Een zo'n klimaatleider is Microsoft. Microsoft heeft ambitieuze doelen gesteld die elk onderdeel van het bedrijf dwingen in actie te komen, en toegezegd de voortgang regelmatig te evalueren.

Zo wil het bedrijf in 2025 volledig zijn overgestapt op hernieuwbare energie. Ook heeft het toegezegd tegen 2030 waterpositief te zijn (dat wil zeggen meer water toe te voegen dan het gebruikt), afvalvrij te zijn en de netto ontbossing voor alle nieuwe bedrijfsgebouwen tot nul te hebben gereduceerd.

Verder heeft het beloofd in 2030 CO2-neutraal te zijn en in 2050 de hele CO2-voetafdruk die het sinds zijn oprichting in 1975 heeft veroorzaakt, te hebben uitgewist.

Hoe gaan ze dit doen? Een van de maatregelen is de invoering van een interne "CO2-belasting" die elke divisie moet betalen op basis van de hoeveelheid uitgestoten koolstof. Dat geldt nu al voor de scope 1 en 2 emissies, maar vanaf dit jaar worden ook de scope 3 emissies meegerekend. Hiermee worden de divisies aangespoord om hun CO2-uitstoot in de gaten te houden en te beperken.

Emissies verlagen is één ding; het verwijderen van de historische emissies is heel wat anders. Veel van de technologie die hiervoor nodig is, staat op zijn best nog in de kinderschoenen. Microsoft investeert daarom 1 miljard dollar in een klimaatinnovatiefonds om de wereldwijde ontwikkeling van technologieën voor de reductie, afvang en verwijdering van CO2 te versnellen.

Belangrijk is daarbij dat het bedrijf zijn vorderingen bijhoudt in een jaarlijks Environmental Sustainability Report dat voor iedereen te lezen is.

Microsoft is al op weg naar netto nul. Veel andere bedrijven zijn echter nog lang niet zo ver op de weg naar een koolstofvrije bedrijfsvoering.

Wij zien duidelijke beleggingskansen ontstaan in bedrijven die werk maken van hun verantwoordelijkheid om de CO2-uitstoot te beperken. Nu zowel de samenleving als de politiek ertoe neigen inactiviteit te bestraffen en bedrijven te belonen die bijdragen aan de aanpak van de klimaatverandering, kunnen deze beleggingen waarde creëren.

NL-02.png

Dit artikel werd gepubliceerd in september 2021. Verwijzingen naar bedrijven dienen enkel ter illustratie en zijn geen aanbeveling om te kopen en/of verkopen, en geven ook geen oordeel weer over de waarde van de aandelen van dat bedrijf. Dit artikel is niet bedoeld en mag niet worden gebruikt als basis voor beleggingadvies of onderzoek. Als u twijfelt aan de geschiktheid van een belegging, raadpleeg dan een onafhankelijke financieel adviseur.